Mary Shelley publiceerde in 1818, op twintigjarige leeftijd, Frankenstein; or, The Modern Prometheus. Het verhaal over Victor Frankenstein en het wezen dat hij creëert, groeide uit tot een van de invloedrijkste romans uit de westerse literatuur.
Frankenstein wordt vaak gezien als een vroeg en bepalend sciencefictionwerk. Die kwalificatie is niet onomstreden: de roman put ook uit de gotische literatuur, romantiek, alchemie en horror. Maar de combinatie van wetenschappelijke nieuwsgierigheid, een technische ingreep in de natuur en de maatschappelijke gevolgen daarvan de reden waarom veel literatuurwetenschappers het boek als een basis van moderne sciencefiction beschouwen.
Het verhaal stelt een vraag die nog altijd actueel is: wat gebeurt er wanneer mensen iets creëren waarvan zij de gevolgen niet kunnen, willen of durven dragen?
Waarom Frankenstein sciencefiction is
Voor Shelley bestonden er al fantastische reisverhalen, gotische romans en verhalen over bovennatuurlijke verschijnselen. Frankenstein onderscheidt zich doordat het wonderlijke niet primair wordt verklaard door magie, goddelijke interventie of folklore. Victor Frankenstein probeert de geheimen van leven en dood te doorgronden met behulp van wat hij zelf “natural philosophy” noemt: de voorloper van de moderne natuurwetenschap.
Dat maakt de roman tot meer dan een griezelverhaal. Shelley gebruikt de wetenschap van haar tijd als uitgangspunt voor een gedachte-experiment:
- Wat als mensen erin slagen leven te maken of te herstellen?
- Wat als technische kennis sneller groeit dan ons vermogen om de gevolgen ervan te overzien?
- En welke verantwoordelijkheid heeft een maker tegenover zijn schepping?
Dit zijn typische sciencefictionvragen. Sciencefiction gebruikt geen voorspellingen om de toekomst vast te leggen, maar plausibele of voorstelbare ontwikkelingen om het heden kritisch te bekijken.
De wetenschap achter Frankenstein
Shelley schreef Frankenstein in een periode waarin natuurwetenschap snel veranderde. Wetenschappers en filosofen discussieerden volop over elektriciteit, chemie, anatomie, vitaliteit en de vraag wat levende materie onderscheidt van dode materie.
Een belangrijke inspiratiebron was het debat over ‘galvanisme’. De Italiaanse arts en onderzoeker Luigi Galvani had in de late achttiende eeuw laten zien dat elektrische prikkels spieren van dode kikkers konden doen samentrekken. Zulke experimenten voedden een bredere vraag: zou elektriciteit iets te maken kunnen hebben met levenskracht? (pmc.ncbi.nlm.nih).
In 1803 voerde Giovanni Aldini, een neef van Galvani, in Londen een berucht experiment uit op het lichaam van de geëxecuteerde George Forster. Door elektrische stimulatie bewogen delen van het lichaam. Voor tijdgenoten kon dat gemakkelijk de suggestie wekken dat de grens tussen leven en dood minder scherp was dan gedacht. De Science Museum Group beschrijft hoe de toen nog nieuwe kennis over elektriciteit en reanimatie Shelley’s verbeelding en de wetenschappelijke context van de roman mede vormde (blog.sciencemuseum.org).
Daarbij is het belangrijk op te merken dat in de roman zelf Shelley niet technisch uitlegt hoe Victor Frankenstein zijn wezen tot leven brengt. De bekende beelden van bliksem, elektrische machines en laboratoriumapparatuur komen vooral uit latere toneelbewerkingen, illustraties en films. Shelley verbindt haar verhaal wel nadrukkelijk met de wetenschappelijke debatten van haar tijd over leven, materie en vitaliteit (eprints.whiterose.ac).
Anatomie, lichamen en de grens van de mens
Victor Frankenstein verzamelt lichaamsdelen om zijn schepsel te maken. Dat detail weerspiegelt de groeiende belangstelling voor anatomie in de achttiende en negentiende eeuw. Medische scholen hadden lichamen nodig voor onderwijs en onderzoek, terwijl de wettelijke beschikbaarheid daarvan beperkt was. Dit leidde in Groot-Brittannië tot een handel in lichamen en soms tot het opgraven van recent begraven overledenen.
De roman gaat echter over meer dan medische vooruitgang of het lichaam als technisch materiaal. Shelley stelt ook een vraag over menselijke waardigheid. Wat gebeurt er wanneer een mens of lichaam wordt gereduceerd tot grondstof voor kennis, innovatie of ambitie?
Die vraag is nog steeds relevant, bijvoorbeeld bij orgaandonatie, stamcelonderzoek, genetische data, biobanken en AI-systemen die grote hoeveelheden menselijke gegevens verwerken. Maar de vergelijking moet niet te letterlijk worden gemaakt: moderne medische toepassingen zijn aan strenge ethische, juridische en professionele regels gebonden. Toch blijft Frankenstein bruikbaar als waarschuwing tegen een uitsluitend technische blik op menselijke lichamen en levens.
Van galvanisme naar moderne biotechnologie
Het is verleidelijk om Frankenstein rechtstreeks te verbinden met alle moderne biotechnologie. Dat levert aansprekende voorbeelden op, maar vraagt ook nauwkeurigheid. De roman voorspelde geen orgaantransplantatie, genetische diagnostiek of kunstmatige intelligentie. Wel maakt Shelley zichtbaar welke ethische vragen ontstaan wanneer mensen steeds meer kunnen ingrijpen in leven, lichaam en identiteit.
Elektrische stimulatie en herstel
Elektrische stimulatie is tegenwoordig een serieus onderzoeks- en behandelgebied. Bij sommige vormen van dwarslaesie wordt ruggenmergstimulatie onderzocht of toegepast om functies en vrijwillige beweging te ondersteunen. Onderzoekers benadrukken daarbij dat resultaten veelbelovend kunnen zijn, maar afhankelijk zijn van type letsel, training, revalidatie en verdere klinische ontwikkeling (pmc.ncbi.nlm.nih).
Dat is iets heel anders dan het tot leven wekken van dode lichamen. Toch laat de vergelijking zien waarom Shelleys tijdgenoten zo gefascineerd waren door elektriciteit: elektrische prikkels maken zichtbaar dat lichaam, zenuwstelsel en beweging ingewikkelder verbonden zijn dan op het eerste gezicht lijkt.
Organen en een ‘tweede leven’
Ook orgaandonatie en transplantatie roepen associaties met Frankenstein op. Organen en weefsels kunnen na het overlijden van een donor worden gebruikt om het leven of functioneren van een ander te ondersteunen. Maar opnieuw is voorzichtigheid nodig: dit is geen “herleven” van dode materie in Shelleys betekenis. Het gaat om zorgvuldig gereguleerde geneeskunde, donatie, chirurgische expertise en complexe ethische besluitvorming.
De relevante vraag uit Frankenstein is daarom niet of transplantatie “Frankensteinachtig” is. De interessantere vraag is: hoe zorgen we ervoor dat medische innovatie gepaard gaat met verantwoordelijkheid, toestemming, rechtvaardigheid en zorg voor alle betrokkenen?
Genetica en embryoselectie
Het Human Genome Project werd in 2003 voltooid en bracht een referentiekaart van het menselijk genoom voort. Het project verklaart niet volledig hoe leven ontstaat en maakt het ook niet mogelijk om mensen naar wens te ontwerpen. Wel heeft genomische kennis diagnostiek, onderzoek naar erfelijke aandoeningen en gepersonaliseerde geneeskunde sterk beïnvloed (genome).
Preïmplantatie genetische testen kunnen in specifieke medische situaties worden gebruikt om embryo’s te onderzoeken op bepaalde erfelijke aandoeningen. Selectie op complexe, niet-medische eigenschappen zoals intelligentie, lengte of uiterlijk is wetenschappelijk onbetrouwbaar, ethisch omstreden en wordt door professionele organisaties niet aanbevolen als klinische toepassing. De American Society for Reproductive Medicine stelt in een recente richtlijn dat polygenetische embryoselectie voor niet-medische eigenschappen niet moet worden gebruikt; de techniek is bovendien nog niet bewezen voor routinematige klinische inzet (asrm).
Hier raakt Frankenstein aan een moderne vraag: niet alleen *kunnen* we bepaalde technische keuzes maken, maar ook: wie beslist, op basis waarvan en met welke gevolgen voor toekomstige personen?
Het schepsel is geen gedachteloos monster
In veel verfilmingen is ‘het monster van Frankenstein’ een zwijgende, gewelddadige figuur. In Shelleys roman ligt dat veel genuanceerder. Het schepsel leert spreken, lezen en nadenken. Het verlangt naar verbondenheid, vriendschap en erkenning.
Dat maakt de roman moreel complexer dan veel adaptaties. Victor Frankenstein creëert een wezen, maar wijst het vervolgens af zodra hij wordt geconfronteerd met het uiterlijk en de gevolgen van zijn eigen daad. Het schepsel zoekt contact met mensen, maar wordt herhaaldelijk afgewezen en mishandeld. Zijn geweld ontstaat niet los van die ervaring van uitsluiting.
Daarmee keert Shelley de gebruikelijke vraag om. Niet alleen het gemaakte wezen is verantwoordelijk voor zijn handelen; ook de maker en de omgeving dragen verantwoordelijkheid. Wie iets of iemand creëert, kan zich niet zonder meer terugtrekken zodra de gevolgen ongemakkelijk worden.
Dit motief is verrassend actueel. Het speelt mee in discussies over autonome AI-systemen, sociale robots, algoritmen in de publieke sector en digitale technologieën die gevolgen hebben voor mensen die niet aan de ontwikkeling ervan hebben meegewerkt. Niet omdat AI letterlijk een bewust “schepsel” is, maar omdat ontwerpers, organisaties en overheden verantwoordelijk blijven voor systemen die zij in de wereld brengen.
Verantwoordelijkheid voor wat we maken
Later in de roman vraagt het schepsel Victor Frankenstein om een metgezel te creëren. Victor begint aan die opdracht, maar vernietigt zijn werk voordat het af is. Hij vreest dat twee wezens zich zullen voortplanten en dat een nieuwe soort de mensheid kan bedreigen.
Shelley plaatst haar hoofdpersoon daarmee voor een dilemma zonder eenvoudige uitweg. Het schepsel heeft recht op zorg en erkenning, maar Victor vreest de gevolgen van een tweede creatie. Het centrale probleem is niet dat Victor kennis zoekt. Het probleem is dat hij handelt zonder vooraf na te denken over verantwoordelijkheid, relaties, gevolgen en herstel.
Dat is de blijvende toekomstles van Frankenstein. Innovatie is niet alleen een technische opgave. Wie een nieuw systeem, product, algoritme, organisme of infrastructuur ontwikkelt, moet ook nadenken over vragen als:
- Welk probleem proberen we precies op te lossen?
- Wie profiteert en wie draagt de risico’s?
- Welke gevolgen zijn voorstelbaar, ook op langere termijn?
- Wat gebeurt er wanneer het systeem onverwacht wordt gebruikt?
- Wie is verantwoordelijk voor toezicht, onderhoud, herstel en schade?
- Welke groepen zijn niet betrokken bij het ontwerp, maar krijgen wel met de gevolgen te maken?
Dit zijn vragen die goed passen bij toekomstverkennen. Toekomstverkennen helpt niet om alle gevolgen te voorspellen, maar wel om aannames te onderzoeken, mogelijke neveneffecten zichtbaar te maken en betere keuzes te maken voordat een ontwikkeling onomkeerbaar wordt.
Frankenstein als toekomstverkenning
Frankenstein is bijna 210 jaar oud, maar blijft relevant omdat Shelley geen technisch antwoord geeft op de vraag hoe ver wetenschap mag gaan. In plaats daarvan laat zij zien dat elke grote ontdekking ook nieuwe relaties, verantwoordelijkheden en morele dilemma’s creëert.
De roman is dus niet simpelweg een waarschuwing tegen wetenschap. Shelley verwerpt nieuwsgierigheid en kennis niet. Haar kritiek richt zich op ambitie zonder zorgplicht, innovatie zonder reflectie en makers die hun verantwoordelijkheid ontlopen zodra hun creatie een eigen plaats in de wereld opeist.
Daarom blijft Frankenstein een krachtige vorm van toekomstverkenning. Het boek stelt geen specifieke technologische of maatschappelijke voorspelling centraal, maar een “wat als vraag?” die nog steeds relevant is:
Wat als wij iets maken dat meer gevolgen heeft dan wij vooraf kunnen overzien? En wat zijn wij dan verplicht te doen?
Meer over sciencefictionprototyping als methode voor toekomstverkenning
Meer lezen:
- De volledige tekst van Frankenstein; or, The Modern Prometheus is onder meer beschikbaar via Project Gutenberg: https://www.gutenberg.org/ebooks/84
- Science Museum Group over de wetenschap achter Frankenstein: https://blog.sciencemuseum.org.uk/the-science-behind-mary-shelleys-frankenstein/
- Richard Holmes in Nature over de wetenschappelijke context van de roman: https://www.nature.com/articles/535490a
Bronnen:
- Origineel artikel: Silke de Wilde, “Visionaries of the future: Mary Shelley”, Futuristablog.com, 9 november 2012. Gearchiveerd via web.archive.org
- Discovery Channel, documentaireserie Prophets of Science Fiction
- Mary Shelley, Frankenstein; or, The Modern Prometheus (1818)

